Dinsdag 22 juni zijn wij tussen 13:15 en 17:45 gesloten.
Shmuel heeft inmiddels een vaste verblijfplaats. Perle loopt ondertussen nog met een eenzaam geheim rond wat ze niet kan delen. Van de preventielijn krijgt ze de vraag of ze wil deelnemen aan een lotgenotengroep.
Elke maand vertelt Perle over haar ervaringen nadat haar man is opgepakt voor het bezit van kindermisbruikbeelden. Shmuel heeft inmiddels een vaste verblijfplaats. Perle loopt ondertussen nog met een eenzaam geheim rond wat ze niet kan delen. Van de preventielijn krijgt ze de vraag of ze wil deelnemen aan een lotgenotengroep.
“Mijn leven heeft in het teken gestaan van problemen die voortvloeien uit het delict van Shmuel; financiën, huisvesting en vele onverwachte zaken. Ik bel nog steeds regelmatig met de preventielijn omdat mijn hoofd zo vol zit. Tijdens alles wat er in mijn leven gebeurt, is dit contact een constante factor. Hier durf ik mij te uiten zonder het gevoel te hebben dat ik word veroordeeld. Ik heb het gevoel dat ik echt begrepen word. Er wordt naar mij geluisterd en ik mag gewoon alles ongefilterd zeggen. Geen therapie, geen ingewikkelde vragen. Gewoon spuien om mijn hoofd leeg te krijgen.
Het gevoel dat ik alles kan delen, heb ik niet bij anderen. Vooral omdat ik bang ben voor negatieve reacties. Het voelt als een eenzaam en geïsoleerd bestaan. Niet veel mensen weten over Shmuel zijn delict verleden. En degenen die het wel weten, begrijpen niet echt wat het voor mij betekent om in deze situatie verzeild geraakt te zijn. Ik krijg nog steeds ongemakkelijke vragen over waar Shmuel nu is. We wonen immers niet meer samen. Het huis is verkocht. Ik woon in dezelfde wijk maar in een ander huis. Inmiddels heb ik een verhaal bedacht dat Shmuel ernstig ziek is en dat hij elders in een verpleeghuis verblijft.
Het voelt zo naar om zo’n groot geheim met mij mee te dragen. Ik ben nog niet de schuld en schaamte, die als het ware aan mij kleeft, voorbij. Het voelt zo sterk alsof het mijn schuld is. Bovendien waren de reacties op mijn verhaal soms ronduit erg onprettig. “Heb je het echt niet geweten?”. Deze vraag snijdt nog steeds door mijn ziel.
Tijdens één van de gesprekken met de preventielijn krijg ik de vraag of ik zou willen deelnemen aan de lotgenotengroep voor naasten van plegers en kijkers. Een groep van maximaal acht deelnemers begeleidt door een medewerker van de preventielijn en een behandelaar van de Waag. De medewerker van de preventielijn vertelt dat we met strikt toezicht op de privacy open kunnen spreken over onze ervaringen. We bepalen volledig zelf wat we wel en niet willen bespreken. Ik krijg de mogelijkheid om er rustig over na te denken. De volgende lotgenotengroep start over zes weken.
Nadat ik de telefoon heb opgehangen, denk ik na of ik wel naar de lotgenotengroep wil gaan. Heb ik daar tijd voor? Ik ben al zo moe van alles dat op mijn bordje is gekomen. Zal ik de kinderen vertellen dat ik overweeg om deel te nemen aan de lotgenotengroep? De angst voor onthulling regeert bij hen. Het maakt dat ik extra zorgvuldig ben met het delen van mijn verhaal. Ik wil hun beslist niet voor het hoofd stoten. Wat nu als er negatief op wordt gereageerd?
Ik heb begrepen uit het gesprek met de preventielijn dat de privacy van de deelnemers is gewaarborgd. Misschien is het delen van mijn verhaal met lotgenoten een goed idee. En misschien is het een opluchting om te ervaren dat ik niet alleen ben met mijn worstelingen. Daarnaast vind ik het heel spannend. Gevoelens en gedachten van stress, angst en mogelijk erkenning staan naast elkaar. Grote onzekerheid of ik wel de juiste keuze maakt, overspoelt mij. Een vriendin geeft de echte doorslag. Ze zegt: “Ik denk, jou al heel lang kennende, dat het je goed zal doen!” Dat is net wat ik nodig heb. Ik zet de stap om mij aan te melden.
Een paar weken voordat ik start, krijg ik een werkboek opgestuurd. In het boek staat een vijftal thema’s met onder andere het delict gedrag, risicosignalen en zelfzorg. Op welke thema’s ingegaan wordt in de groep is afhankelijk van de wensen van de deelnemers. Er is ook ruimte om zelf thema’s op te dragen.
Terwijl ik het boek doorneem, hoop ik dat de informatie antwoord geeft op prangende vragen. Vooral de vraag: WAAROM?! Vragen als ‘waarom’ en ‘hoe’ zoemen al zo lang door mijn hoofd. Ik durf niet te surfen op internet omdat ik bang ben dat ik op een verkeerde website terechtkom. Alles wat er is gebeurd, zoals de politieverhoren, heeft mij zoveel schik aan gejaagd. Ik laat de zowel verhelderende als confronterende informatie tot mij doordringen. Wel ben ik er blij mee. Ik zie het als een hoopvol begin van de lotgenotengroep. Nu krijg ik de antwoorden op vragen die mij al heel lang bezighouden.
In het werkboek worden veiligheidsregels/afspraken besproken voor omgang tussen pleger en thuiswonende kinderen. Dit doet mij realiseren dat mijn situatie deze complexiteit niet heeft: mijn kinderen wonen niet meer thuis. Wel roept het verdriet op wat voor impact de situatie heeft op mijn volwassen kinderen. Zij hebben zich tot hun kinderen, mijn kleinkinderen, te verhouden tot het nare verhaal van Shmuel. Wat nu als de kleinkinderen Shmuel willen zien? En de kinderen gaan hiermee akkoord?
Deze informatie roert mij diep en ik voel grote angst. Ik heb immers geen controle over het feit of de kleinkinderen Shmuel wel of niet mogen zien. Ik ben niet de ouder van de kleinkinderen. Ook heb ik niet uitgebreid met onze kinderen en kleinkinderen kunnen spreken. Het lelijke verhaal over Shmuel heeft onze relatie zo beschadigd. Ik wil hier met Shmuel over spreken en hem zeggen: “over mijn lijk dat jij de kleinkinderen mag zien zonder toezicht”. Misschien kan ik het ook bespreken in de lotgenotengroep?
En zo ga ik met allerlei gemengde gevoelens naar de eerste bijeenkomst van de lotgenotengroep. Ineens voel ik mij onzeker over het verhaal dat ik ga vertellen. Wat nu als mijn verhaal niet goed wordt ontvangen? Als er misschien negatief op wordt gereageerd. Zullen er deelnemers zijn die ook bij hun partner zijn gebleven?
Tijdens de eerste bijeenkomst worden de huisregels besproken precies zoals deze beschreven staan in het werkboek. De huisregels bestaan uit afspraken over de vertrouwelijkheid van de bijeenkomsten en om elkaars privacy te beschermen. Wat in de groep besproken wordt, blijft binnen de groep. Je mag dingen over jezelf delen en je bepaalt zelf hoever je daarin wil gaan. En als het even te veel wordt, mag je altijd even uit de groep stappen voor een time-out. Dit geeft mij een fijn vertrouwd gevoel en enige innerlijke rust. Het welkom voelt warm en betrokken.
Als ik om mij heen kijk zie ik de andere deelnemers instemmend knikken. Sommige laten een zucht van opluchting. Ik merk dat ik fijn vind om te ervaren dat we ons allemaal kwetsbaar voelen. Ik sta hier niet alleen in. En dat steunt mij.
Ik voel dat de enorme bal van spanning in mijn buik minder wordt als de eerste bijeenkomst vordert. Ik besluit eerst anderen te laten spreken voordat ik zelf iets zeg. Ik kijk de groep rond. Het is een gezelschap van zes naasten van verschillende leeftijden en achtergronden. De groep wordt begeleid door een vriendelijke en betrokken behandelaar van De Waag en medewerker van de preventielijn. Zij zitten erbij om de groep in banen te leiden; de groepen zijn niet bedoeld als therapiesessies.
Ik luister naar de eerste naaste die ingaat op de uitnodiging van de behandelaar om iets over haar situatie te vertellen. Ik voel mij diep ontroerd. De wanhoop is in haar stem te horen. En toch vertelt ze heel open haar verhaal. Een naar verhaal dat gaat over een hands-on delict*. Ik zie dat de andere naasten ook diep geraakt zijn en net als ik heel aandachtig luisteren. Verbijstering en bewondering gaan hand in hand bij mij. Ik voel dankbaarheid dat ik het verhaal mag horen en kan amper mijn tranen tegenhouden.
Als de naaste klaar is met haar verhaal is het doodstil. De stilte wordt doorbroken door de behandelaar. Ze krijgt een groot compliment voor de moed om als eerste haar verhaal te vertellen. Aarzelend volgen er meer deelnemers die hun verhaal doen. Alle verhalen en problemen zijn anders, en wat ons allen bindt is de enorme veerkracht en liefde voor het gezin. Dat ervaar ik als een warme echo door de verhalen heen.
Bij de volgende naaste die haar verhaal deelt, is er sprake van een hands-off delict**. De worsteling met alle problemen die op haar pad komen en om het goede te doen voor de kinderen treft mij nu ook weer.
Bij elk nieuw verhaal worden verschillende facetten van problemen belicht. En hoe deze problemen worden ervaren. Wat bovenal in de verhalen terugkomt, is hoe de deelnemers zichzelf overeind houden. Hoe zij onder extreme omstandigheden het goede proberen te doen.
Aangemoedigd door de openheid van de anderen, besluit ook ik mijn verhaal te doen. Ik voel dat mijn handen warm en klam worden. Toch vertel ik mijn verhaal. En ook nu weer zijn de reacties betrokken en respectvol. Het voelt als een warm bad vol erkenning.
Als een rode draad loopt door de verhalen hoe zwaar het taboe weegt. Hoe moeilijk het is om het verhaal te delen. Hoe verbijsterend de omgeving kan reageren. Hoe omringende relaties beschadigd worden en hoe moeilijk het is om passende steun te vinden. Niet alleen emotionele steun maar ook hulp bij allerhande praktische problemen zoals huisvesting voor hun partner, of complexe financiële problemen die op hun pad komen. En de soms bedreigende en onoverkomelijke betrokkenheid van jeugdinstanties. Sommige naasten liggen onder een vergrootglas als het gaat om de veiligheid van hun kinderen. Anderen maken zich zorgen of hun kinderen zonder toezicht naar hun vader mogen gaan bij een echtscheiding.
In de eerste bijeenkomst viel het mij op dat tot nu toe nog niemand de relatie met hun partner heeft verbroken. De behandelaar vertelt dat het de ervaring is dat het merendeel van de naasten bij hun partner blijven. In de derde bijeenkomst wordt duidelijk dat er naasten zijn die wel weg zijn gegaan bij hun partner. De verschillende keuzes in wel of niet bij onze partner blijven, mogen naast elkaar staan. Elk groepslid heeft daar een eigen verhaal bij dat door de deelnemers en behandelaren met begrip en empathie wordt ontvangen.
Tijdens de laatste twee bijeenkomsten is de samenhorigheid enorm voelbaar. We besluiten om na de groepsbijeenkomst iets met elkaar te drinken. Zo zijn we even gewoon een vrolijk groepje mensen die samen op stap zijn, denk ik. En niemand kan aan ons gezicht zien wat we allemaal meegemaakt hebben. Ik voel mij vele ervaringen rijker en hun verhalen staan in mijn geheugen gegrift. Dank je wel voor jullie openheid. Jullie zijn een bron van troost, inspiratie en hoop.”
*Hands-on delict: Directe fysieke strafbare handelingen tussen pleger en slachtoffer.
**Hands-off delict: Indirecte (vaak digitale) stafbare feiten zonder fysiek contact tussen pleger en slachtoffer (bijvoorbeeld kijken, bezitten of verspreiden van beeldmateriaal van seksueel kindermisbruik).