Gevoelens hebben voor minderjarigen of je aangetrokken voelen tot iemand jonger dan 18 jaar kan verwarrend zijn en wordt door veel mensen gezien als een taboe. Dat zorgt ervoor dat er weinig over dit onderwerp wordt gesproken. Vanwege dit taboe dragen mensen, die zich aangetrokken voelen tot kinderen, dit geheim soms hun hele leven met zich mee. Het is belangrijk om dit taboe te doorbreken. Omgaan met zulke seksuele, romantische en/of verliefde gevoelens gebeurt vaak in stilte. En dat kan eenzaam voelen. Een luisterend oor en praten over het hebben van gevoelens voor minderjarigen kan helpen. Je kunt daarvoor, geheel anoniem, bij de preventielijn van Offlimits terecht.
De bekendste vorm van aantrekking tot minderjarigen is pedofilie. Dit betekent dat iemand zich aangetrokken voelt tot kinderen die nog niet in de puberteit zijn (pre-puberaal of pre-pubescent). Daarmee bedoelen we kinderen zonder secundaire geslachtskenmerken, zoals borstontwikkeling, lichaamsbeharing of een veranderende stem; lichamelijke eigenschappen die onder invloed van hormonen ontstaan. Iemand met pedofiele gevoelens kan zich bijvoorbeeld aangetrokken voelen tot baby’s, peuters en kleuters.
Naast pedofilie bestaan er nog twee minder bekende vormen van aantrekking tot minderjarigen:
Hebefilie: aantrekking tot jongeren die al in de puberteit zitten, maar nog niet volledig lichamelijk ontwikkeld zijn (meestal tussen 12 en 16 jaar) (De Waag Nederland, n.d.)
Efebofilie: aantrekking tot jongeren die lichamelijk al (bijna) volwassen zijn, maar nog minderjarig (ongeveer tussen de 16 en 18 jaar)
Het is goed om te weten dat je aangetrokken voelen tot kinderen of minderjarigen kan bestaan náást een aantrekking tot volwassenen. Iemand kan dus, op hetzelfde moment, op personen uit verschillende leeftijdsgroepen vallen.
Belangrijk: het hebben van gevoelens voor minderjarigen op zich is niet strafbaar. Het wordt wél strafbaar als iemand ernaar handelt, bijvoorbeeld door seksueel contact met een minderjarige, seksueel chatten of het bekijken van misbruikbeelden.
Het is lastig om precies te zeggen hoe vaak pedofilie voorkomt, omdat veel mensen er niet open over durven te zijn. Schattingen gaan ervan uit dat ongeveer 1% tot 3% van de mannen pedofiele gevoelens heeft (De Waag Nederland, n.d.). Dit zijn grofweg 80.000 tot 240.000 Nederlandse mannen.
Het aantal mensen dat ook daadwerkelijk aangeeft interesse te hebben in seks met zeer jonge minderjarigen (onder de 14 jaar) ligt nog lager, namelijk 1.1% (van Berlo et al., 2019).
Naar schatting voelt 0.03% van de vrouwen zich aangetrokken tot minderjarigen. Bij vrouwen lijkt het dan ook veel minder vaak voor te komen, maar daar is weinig onderzoek naar gedaan. Dat betekent niet dat het niet bestaat, alleen dat we er minder over weten.
Er is geen duidelijke oorzaak van pedofilie. Onderzoekers denken dat het ontstaat door een combinatie van biologische, psychologische en sociale factoren (de Waag, n.d.).
Er is al lange tijd discussie over hoe pedofilie moet worden gezien: als een geaardheid of als een psychische stoornis (Houtepen et al., 2015). Feitelijk staan hierin twee kampen tegenover elkaar.
Onderzoek van Seto (2012) toont een grote overlap tussen pedofilie en andere vormen van seksuele geaardheid (denk hierbij aan geaardheden als heteroseksualiteit of homoseksualiteit). Net als deze geaardheden ontwikkelt pedofilie op jonge leeftijd, is het stabiel over tijd (lees: niet veranderbaar) en zijn er fantasieën of verlangens voor romantische en/of seksueel gedrag met de minderjarige doelgroep.
Ondanks dat een grote groep pleit voor de classificatie van pedofilie als geaardheid in plaats van een stoornis, is pedofilie opgenomen in de DSM-5-TR; het handboek voor de classificatie en diagnose van psychische stoornissen (American Psychiatric Association, 2022). Er is sprake van pedofilie als stoornis als er aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan zoals:
de gevoelens zijn sterk, herhaaldelijk en langdurig (minstens zes maanden)
degene is minstens 16 jaar oud en minstens vijf jaar ouder dan het kind
er is sprake van handelen naar die gevoelens óf er wordt veel lijden door ervaren
Hebefilie en efebofilie staan niet in dit handboek (DSM-5-TR), omdat ze als minder afwijkend worden gezien (Blanchard en Barbaree, 2005). Het komt bij mannen relatief vaak voor dat zij zich aangetrokken voelen tot minderjarigen die lichamelijk al volwassen zijn. Dit betekent niet automatisch dat er sprake is van een geaardheid of een stoornis (GGZ Standaarden, 2022).
Rond de aantrekking tot minderjarigen hangt een groot stigma. Dat betekent dat mensen, die deze gevoelens hebben, vaak worden veroordeeld of buitengesloten, ze lopen het risico hun baan te verliezen of ze worden afkeurend behandeld (Westerkamp en de Vries, 2018).
Er zijn verschillende vormen van stigma te onderscheiden (Netwerk Kwaliteitsontwikkeling GGZ, 2017).
Publiek stigma
In de media worden daders van seksueel misbruik vaak ‘pedofielen’ genoemd. Daardoor ontstaat het beeld dat iemand met pedofiele gevoelens automatisch gevaarlijk is. In werkelijkheid klopt dat niet altijd: lang niet iedereen die een delict pleegt heeft pedofiele gevoelens, en andersom handelt lang niet iedereen met die gevoelens ernaar. Uit onderzoek naar verdachten van seksueel kindermisbruik blijkt dat er bij slechts 20% sprake is van een pedofilie aantrekking (Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen, 2014).
Zelfstigma
Mensen kunnen de negatieve beelden uit de samenleving zelf gaan geloven en op zichzelf betrekken. Ze schamen zich en durven met niemand te praten over hun gevoelens. Dat kan zorgen voor eenzaamheid en psychische problemen.
Of twijfel je over je gevoelens? Het niet kunnen uiten van je seksuele geaardheid kan verwarrend, frustrerend en moeilijk zijn. Zeker als je er met niemand over kunt praten. Je hoeft hier niet alleen mee te blijven rondlopen. Bovendien ben je niet de enige, die deze gevoelens heeft.
Praten kan helpen. Je kunt bijvoorbeeld contact opnemen met de anonieme preventielijn van Offlimits. Deze lijn is bereikbaar van maandag tot en met vrijdag van 09:00 tot 22:00 en in het weekend van 09:30 tot 18:00. Je kunt anoniem chatten of bellen via 0800 266 64 36.
Wil je in contact komen met mensen die in een vergelijkbare situatie zitten? Dan kun je terecht bij pedofilie.nl of bij de zelfacceptatiegroep van De Waag.
American Psychiatric Association. (2022). Diagnostic and statistical manual of mental disorders (5th ed., text rev.). DOI:10.1176/appi.books.9780890574966
Blanchard, R., & Barbaree (2005). Strength of sexual arousal as a function of the age of sex offender: comparisons among pedophiles, hebephiles, and teleiophiles. Sexual abuse: A Journal of Research and Treatment, 17(4), 441-456. DOI: 10.1177/107906320501700407
De Waag Nederland. (n.d.). Achtergrondinformatie over seksuele aantrekking tot <16-minners. https://dewaagnederland.nl/gespreksgroep-zelfacceptatie-pedofilie/achtergrondinformatie-over-seksuele-aantrekking-tot-16-minners/
GGZ Standaarden (2022). Zorgstandaard parafiele en hyperseksuele stoornissen. https://www.ggzstandaarden.nl/uploads/pdf/project/project_fa0f4d19-987a-4abf-9828-2d3c2c6bf884_parafiele-en-hyperseksuele-stoornissen__authorized-at_04-11-2018.pdf
Houtepen, J. A. B. M., Sijtsema, J. J., & Bogaerts, S. (2015). Being sexually attracted to minors: Sexual development, coping with forbidden feelings, and relieving sexual arousal in self-identified pedophiles. Journal of Sex & Marital Therapy, 42, 48-69. DOI: 10.1080/0092623 X.2015.1061077
Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen (2014). Op goede grond. De aanpak van seksueel geweld tegen kinderen. Den Haag: Nationaal Rapporteur
Netwerk Kwaliteitsontwikkeling GGZ (2017). Generieke module Destigmatisering. Utrecht: Netwerk Kwaliteitsontwikkeling GGZ
Seto, M.C.(2012). Is pedophilia a sexual orientation? Archives of Sexual Behavior, 41(1), 231–236. DOI:10.1007/s10508 011-9882-6
van Berlo, W., Mouthaan, I., & Laan, E. (2019). Maak seksualiteit bespreekbaar. GZ-psychologie, 5, 23-27.
Westerkamp, R., & de Vries, T. (2018). Het doorbreken van stigmatisering bij pedofilie. Opgehaald van http://www.venvn-spv.nl/pdfs/vakblad/sppdf/sp125/SP125-juli2018-hoofd04.pdf