De rechter heeft Shmuel behandeling opgelegd bij een forensische polikliniek. Via zijn contactpersoon van de reclassering hoort hij dat er een eerste afspraak voor hem is gemaakt.
Elke maand vertelt Perle over haar ervaringen nadat haar man is opgepakt voor het bezit van kindermisbruikbeelden. De rechter heeft Shmuel behandeling opgelegd bij een forensische polikliniek. Via zijn contactpersoon van de reclassering hoort hij dat er een eerste afspraak voor hem is gemaakt.
“Shmuel heeft een eerste gesprek met de psychiater van de forensische polikliniek*, zijn hoofdbehandelaar. Ik wil graag bij dit gesprek aanwezig zijn en gelukkig mag dat. Ik wil namelijk alles weten over het hulpverleningsproces van Shmuel. Wat is de reden voor zijn gedrag? Kan hij ook herstellen van dit grensoverschrijdende gedrag? Alsof antwoorden op deze vragen mij kunnen helpen om het afschuwelijke gedrag te begrijpen. Want als ik het begrijp kan ik mogelijk mijn afschuwelijke gevoelens van pijn en wanhoop een plek geven. En helpt het om te verwerken dat mijn leven, ons leven, zo op de kop is gezet.
De behandeling staat in het teken van beschermende factoren en bedreigende factoren. Wat kan bijdragen aan het voorkomen van het delict gedrag en wat kan het risico op delict gedrag vergroten? De psychiater is als hoofdbehandelaar verantwoordelijk voor de risico-inventarisatie waaruit moet blijken hoe groot de kans is op herhaling van het kijkgedrag. De door de rechter opgelegde behandeling duurt voort zolang dit nodig wordt geacht door het behandelteam van de forensische kliniek.
Om de week heeft Shmuel een gesprek met zijn psychiater. De psychiater zegt telkens vriendelijk tegen mij: “U bent weer meegekomen”. Er valt even een stilte en Shmuel beaamt dat ik weer ben mee gekomen. Ik knik en zeg verder niets. Het voelt heel sterk dat het niet aan mij is om te reageren. Of om het gesprek te openen. Ik zie mijzelf als toeschouwer die hoopt te weten te komen wat er aan de hand is. En vooral: Waarom is Shmuel dit gedrag gaan vertonen?
De psychiater is heel duidelijk en concreet in de gesprekken. Hij maakt een feilloos onderscheid tussen het afschuwelijke gedrag van Shmuel en Shmuel als persoon. Ik luister met bewondering hoe de psychiater een duidelijk oordeel geeft over het online misbruikgedrag van Shmuel en daarbij Shmuel als persoon zeer respectvol bejegent. Het nodigt Shmuel uit om openhartig te vertellen over zijn daden. Uit een ogenschijnlijk kabbelend gesprek krijgt de psychiater boven tafel wat zijn motieven zijn om zich bezig te houden met online kindermisbruikbeelden. Shmuel toont in de gesprekken geen emotie. Ik ervaar bij hem geen schuld en schaamte in relatie tot zijn zedendelict. Ik begrijp dit niet en het kwetst mij ook enorm.
De psychiater zegt na een aantal sessies: “U heeft bloed aan uw handen”. Shmuel erkent dit en het lijkt net alsof hij een moment van bewustwording heeft. Maar ook nu gaat dit niet gepaard met enige tekenen van berouw. Het aanschouwen van de gesprekken tussen Shmuel en de psychiater roept bij mij verschillende emoties op. Ik voel boosheid en groot verdriet, en niet in de minste plaats walging en verbijstering. Soms word ik misselijk van de antwoorden die Shmuel geeft. Het is alsof ik in een huis kom met telkens een hal en achter de hal zitten deuren met kamers en weer een hal met deuren. Ik krijg meer vragen dan antwoorden. En toch wil ik betrokken blijven. Ik blijf overtuigd dat ik de antwoorden ga vinden.
Shmuel vertelt dat de online wereld van kindermisbruikenbeelden hem helpt met vluchten voor de werkelijkheid en de problemen waarmee hij worstelt in het dagelijks leven. Hij ervaart het als een verslaving aan een spannende wereld waaruit hij zich niet meer kon onttrekken. Op de terugweg in de auto van een gesprek zegt Shmuel: “Wat is de psychiater een kundig man”. Alsof hij verbaast en blij is over zijn eigen openheid. Ik zwijg want zijn reactie verward mij. We zijn het voor eerst in lange periode echt eens met elkaar.
De problemen en worstelingen van Shmuel zijn voor mij een ingewikkelde openbaring. Ik heb niets geweten van het dubbelleven dat hij heeft geleid. Shmuel presenteert zich aan mij als iemand die geen emotionele worstelingen heeft. En als ik ernaar vraag, sluit hij zich af. Hij spreekt alleen over wat leeftijd gerelateerde ongemakken. Mijn vragen over zijn emotionele welzijn worden afgeweerd. Ik vraag mij af of ik niet meer had moeten doorvragen? Wellicht had Shmuel dan veel eerder hulp kunnen krijgen. En was het online kijkgedrag ook eerder gestopt? De vragen leggen een wurgend touw van schuldgevoel om mijn nek. Schuldgevoel dat altijd heel dichtbij. Ik leer op een harde wijze dat liefde blind is.
Naast de gesprekken met de psychiater krijgt Shmuel groepstherapie. De groepstherapie bestaat uit meer dan twintig sessies met een psycholoog en een systeemtherapeut. De groep bestaat uit zes ex-zedendelinquenten die zich net als Shmuel hebben beziggehouden met (online) kindermisbruik. Tijdens de wekelijkse sessies komen diverse thema’s aan bod. Thema’s om de deelnemers inzicht te geven in alle facetten van hun daden en hoe zijn hiermee kunnen omgaan.
Langzaam begint Shmuel te begrijpen dat het onacceptabel is dat hij zich heeft beziggehouden met beelden van seksueel kindermisbruik. Ik ben dankbaar voor deze vooruitgang. Maar veel dieper dan dit lijkt het niet te gaan. Ik vraag mij af hoe dit zo kan? Hij is zeker niet meer de man die ik dacht te kennen.
De hoofdbehandelaar vindt dat de tijd rijp is voor relatietherapie. Hij verwijst ons door naar de relatietherapeut die deelneemt aan het team dat Shmuel behandelt tijdens de groepstherapie. De relatietherapeut is een vrouw van middelbare leeftijd met meelevende en alziende, bruine ogen. Tijdens het eerste gesprek merk ik op dat haar niets ontgaat. Dit vind ik een geruststellende gedachte. Tijdens de relatietherapie komen de bedreigende factoren en beschermende factoren ook weer zeer nadrukkelijk aan bod.
Er gebeurt veel tijdens de sessies. En op het moment dat er een interactie is tussen Shmuel en mij die bij de therapeut vragen oproept, wordt het gesprek stopgezet. De therapeut vertelt aan ons wat zij ziet en ook wat zij hoort. Ze probeert ons bewust te maken wat we bij elkaar oproepen en welke emoties ons parten spelen. En wat wij mogelijk voelen en mogelijk niet zeggen.
De relatietherapie is taakgericht. Dat betekent dat we opdrachten mee naar huis krijgen. Onze verslagen over de opdrachten bespreken we tijdens de eerstvolgende sessie. De eerste opdracht is het in kaart brengen van stressoren in onze relatie. Los van elkaar maken we deze opdracht. Het valt mij op dat Shmuel voor het eerst toegeeft ergens stress over te hebben. Ik ervaar hem als een gesloten man die nooit een probleem leek te hebben. De uitkomst van de opdracht wordt uitvoerig besproken. De relatietherapeut kijkt heel gericht naar onze antwoorden en zoekt de diepere emoties achter onze communicatiepatronen. Ik leer een andere kant van Shmuel kennen. Ik leer dat hij negatieve gevoelens altijd heeft verdrongen.
Ook leer ik hoe negatieve gevoelens en de wijze waarop je daarmee omgaat een bedreigende factor kan zijn. Ik merk dat het mij moeite kost om betrokkenheid te hebben voor de worstelingen van Shmuel. Laat staan te kijken naar wat mijn aandeel is in negatieve en destructieve communicatiepatronen. Ik ben te veel vervuld van mijn eigen trauma. Dat staat levensgroot tussen ons in.
Eigenlijk wil ik enerzijds Shmuel van alles de schuld geven en anderzijds wil ik hem redden. Het voelt als een onmogelijke combinatie. Ik leer dat liefde ook een alles vernietigende kracht kan zijn naast een helende kracht.
Het blootleggen van onze communicatiepatronen is een herhalend patroon. Ik merk aan mijzelf dat het ook weerstand bij mij oproept. Gevoelsmatig wil ik niet verantwoordelijk gehouden worden voor wat in mijn gedrag en reacties een bedreigende factor kan zijn. Alsof ik een aandeel heb in het kijkgedrag. Dit komt met name duidelijk naar voren als de therapeut voorstelt om een veiligheidsplan op te stellen. Een plan dat zal voorkomen dat Shmuel terugvalt in zijn gedrag. De therapeut stelt voor dat ik een rol zal hebben in het veiligheidsplan. Ik zou als het ware kunnen signaleren dat het mis gaat met Shmuel.
En dan voel ik echt een grens. Ik wens niet verantwoordelijk te zijn voor de signalering van mogelijke terugval in zijn kindermisbruikgedrag. Ik vind dat de signaleringsfunctie hoort bij de professionals.
Het feit dat Shmuel en ik een relatie hebben, wordt beschouwd als een beschermende factor. Ik zal Shmuel zeker wel beschermen tegen zichzelf en dat zie ik als een daad van liefde. Tegelijkertijd wil ik niet verantwoordelijk gehouden worden voor een mogelijke terugval gedrag.
Door het hulpverleningsproces ga ik gaandeweg begrijpen hoe Shmuel tot zijn daden is gekomen. De relatietherapie geeft mij ook steun om te vertrouwen in wat ik zie en voel. Ik merk dat ik langzaam ga accepteren dat dit de loop van ons leven is. En dat er een leven was voor het delict en een leven na het delict.
Ik weet niet of ik Shmuel ooit nog kan vertrouwen. Voor nu vind ik controle beter. Ik mag zijn telefoon en computer regelmatig controleren. Shmuel accepteert mijn behoefte aan controle. Op zijn manier probeert hij mee te werken aan het helen van onze relatie. En naast alles wat er gaande is kan ik alleen maar concluderen dat ik nog steeds van Shmuel houd."
*Polikliniek Forensische Psychiatrie is er voor mensen met (dreigend) strafbaar gedrag. Een behandeling in de forensisch polikliniek kan verplicht zijn na een uitspraak van de rechter.